met een varende tank de wereld rond

  • 14 december 2017
  • Frank Steeghs

Op hun zeiltocht rond de wereld is voor de Volvo Ocean Race zeilers veel onzeker. Van alles kunnen ze tegenkomen: stormen, windstiltes, zelfs aanvaringen met walvissen of riffen. Samen met het Nederlandse Team Brunel, grote kanshebber voor de eindzege, dook Constructeur onder de carbon huid van de wedstrijdboten.

Bron: Constructeur december 2017
Tekst: Leonard van den Berg | Beeld: Team Brunel

Tank. Tractor. Caravan. ‘Brick shithouse’. De VO65 zeilschepen uit de Volvo Ocean Race hebben veel bijnamen, en die zijn geen van alle complimenteus. Want de 65-voets carbon boten zijn weliswaar modern maar volgens de zeilers ook véél te degelijk gebouwd, en daardoor te zwaar, te log en te langzaam.


“Die degelijkheid, daar was een goede reden voor”, vertelt Abby Ehler, boat captain van het Nederlandse Team Brunel. “De voorganger van de VO65, de vijf voet langere VO70, was namelijk veel te kwetsbaar. En te duur. In die jaren had de Volvo Ocean Race nog een box rule: de teams konden binnen beperkte richtlijnen hun eigen ontwerp maken. En dat deden ze: ze huurden de beste scheepsdesigners ter wereld en sloegen miljoenen euro’s stuk op het vinden van het optimale ontwerp: snel en vederlicht, met zo min mogelijk gewicht in de romp en zo veel mogelijk gewicht onderaan de kiel, voor maximaal richtmoment.



In de constructie van de VO70 kwamen een paar nieuwe elementen samen. Ehler: “Het was de eerste generatie Volvo Ocean Race schepen met zwenkkielen: de kiel inclusief kielballast zit daarbij niet vast onder de boot, maar kan hydraulisch tot 40 graden naar bakboord en stuurboord scharnieren om de schepen met een hefboomeffect zo goed mogelijk rechtop te houden, zodat de zeilen zo veel mogelijk wind vangen.” En er was nog een derde nieuwe variabele: de overstap van aramidevezel voor de bouw van de rompen naar carbon, voor het eerst op deze schaal toegepast in oceaanzeilen.”


te veel van het goede


De combinatie van nieuwe technieken en materialen bleek bij hun debuut in 2005 iets te veel van het goede. Ehler: “Strevend naar maximale snelheid hadden de teams hun schepen extreem licht gebouwd: alles zo dun en licht mogelijk, nét genoeg om de enorme kracht te weerstaan die vrijkomt als je op hoge snelheid over huizenhoge golven surft.” Voor de zeilers en voor het publiek was de nieuwe raceklasse spectaculair: ze haalden hogere snelheden dan ooit en noteerden het ene 24-uursrecord na het andere. Maar de hightech racers bleken niet bestand tegen de zware omstandigheden op de oceanen. Ehler: “Masten braken, rompen scheurden, carbon delamineerde en zwenkkielen knapten uit hun behuizing. Door al die defecten bleef in de eerste race met dit nieuwe type schip van een echte wedstrijd niet veel over. Dat was slecht nieuws voor de crews, voor de fans én voor de sponsors, die hun investeringen voor deelname (doorgaans dik 20 miljoen euro, red.) letterlijk in het water zagen vallen.” Ook Brunel-schipper Bouwe Bekking, die ditmaal voor de achtste keer meedoet, haalde in de editie van 2005-2006 de finish niet: tijdens de oversteek van Amerika naar Europa raakte de romp van zijn schip Móvistar zozeer verzwakt dat het schip in het zicht van de finish lek raakte en zonk.



eigen schuld


“De ellende met de eerste serie VO70’s was voor een deel het gevolg van onze eigen designbriefing”, erkent de Britse scheepsontwerper James Dadd, namens de raceorganisatie al vele jaren betrokken bij de ontwikkeling van de schepen. “Bij de VO70 design briefing probeerden we de ontwerpers onder controle te houden door voorwaarden en richtlijnen te geven. Maar sommige dingen pakten niet goed uit. We hadden in onze briefing bijvoorbeeld staan dat de huiddelen van de onderzijde van de boot een minimale massa van 11 kg/m2 moesten hebben, en die van de bovenzijde van 7 kg/m2. In de praktijk gaf dat problemen: op de overgangsgebieden ontstonden breukzones. We hadden verwacht dat de ontwerpers en de bouwers daar uit eigen beweging verstandig mee om zouden gaan en goede overgangen zouden maken. Maar dat gebeurde niet: de teams waren zo gericht op gewichtsbesparing en prestaties dat ze het erop gokten – met alle gevolgen van dien.”


‘one design’


Drie race-edities lang hield de organisatie vast aan de VO70, die met vallen en opstaan zijn kinderziektes overwon. “In 2012 was de maat vol en gooide de organisatie het over een andere boeg”, vertelt Dadd. “Vanaf 2014 ging de race naar ‘one design’: alle teams varen met identieke schepen, in opdracht van de organisatie ontworpen en gebouwd volgens exact dezelfde specicaties.” Een ingrijpende wijziging: het betekende nog maar één keer ontwerpen en vervolgens serieproductie van de schepen, en dus veel lagere kosten voor de deelnemende teams. “Van zo’n 20 miljoen euro per campagne daalde de ‘instapprijs’ tot zo’n 10 tot 12 miljoen. Belangrijk, zeker gezien de economische tegenwind van dat moment. De keuze voor one design bleek precies wat er nodig was voor de race om de crisisjaren te overleven.”


nieuwe generatie


Dus welk team er in juni volgend jaar als eerste aankomt in finishplaats Den Haag, na een acht maanden race rond de wereld, valt nu nog niet te voorspellen. Maar de kans dat alle zeven schepen die aan de start verschenen straks ook in één stuk de finish halen, lijkt nu al zeker. En de toekomst? Na twee edities met de ‘varende tank’ VO65 is het straks tijd voor een nieuwe generatie, die weer nieuwe techniek in zich krijgt.



De nieuwe schepen krijgen gekromde zijzwaarden die werken als draagvleugels: ze tillen de schepen op hogere snelheid gedeeltelijk uit het water, waardoor ze minder weerstand hebben en dus nog sneller kunnen zeilen. De ontwerpen liggen al klaar, binnenkort moet het maken van de mallen beginnen. De jongste officiële plannen gaan uit van een nog iets kleinere boot, van 60 voet. Maar overal in de vloot hoor je dat de zeilers dat te klein vinden, en dat het ook wel weer een 70-voeter mag worden. Welke het ook wordt, over één ding zijn zeilers en organisatie het eens, zeggen Ehler en Dadd: “We moeten de lessen van de VO70 en de VO65 combineren: betrouwbaar én snel. Zodat het voor het publiek en voor de zeilers weer spannend is.” Dan mag er af en toe best iets breken. Bij voorkeur: records.


lees meer over de 'varende tank' in de Constructeur over onder andere de 70.000 mijl garantie.


reageer

vacatures

Op zoek naar een nieuwe uitdaging?

Kijk op onze vacaturepagina naar alle vacatures en waarom anderen voor ACE kozen.

ACE voor bedrijven

Benieuwd wat ACE voor uw bedrijf kan betekenen?

Stel dan hier eenvoudig uw vraag.